MFAS Actueel

Antwoorden Zomerquiz MFAS Magazine

laatst gewijzigd: 09-07-2021 08:45

Hierna treft u onze Zomerquiz 2021 aan, zoals is opgenomen in ons gratis MFAS Magazine editie 3 van dit jaar. De antwoorden staan aan het einde.

1. Belanghebbende heeft een eenmanszaak in de in- en verkoop van tweedehands caravans en de verkoop van caravanaccessoires. De inspecteur komt naar aanleiding van een boekenonderzoek tot de conclusie dat de financiële administratie niet op orde is. Hij heeft naheffingsaanslagen OB opgelegd. Hij is daarbij uitgegaan van de individuele methode binnen de margeregeling. Belanghebbende stelt dat dit ten onrechte is gebeurd. Belanghebbende is van mening dat de inspecteur de verschuldigde belasting had moeten berekenen op basis van de
A. Branchemethode
B. Collectieve methode
C. Globalisatieregeling
D. Contingentenmethode

 

2. Hoe luidt het standpunt van de Belastingdienst over negatieve hypotheekrente?
A. Dit is een bijtelpost in box 1.
B. De negatieve hypotheekrente moet binnen het jaar worden gesaldeerd met positieve hypotheekrente tot aan € 0.
C. Bij een negatieve hypotheekrente moet fiscaal worden uitgegaan van € 0
D. Een negatieve hypotheekrente doet zich in Nederland nog niet voor. Een standpunt wordt pas bepaald als dit gaat spelen.

 

3. Hoeveel procent van de notarissen en kandidaat notarissen is blijkens een in 2020 door de KUN uitgevoerd onderzoek voor afschaffing van de legitieme portie?
A. 26%
B. 46%
C. 66%
D. 86%

 

4. Overdracht ouderlijke woning
Ingeval de ouders bij de overdracht van de woning het levenslange recht van vruchtgebruik voorbehouden, zijn de kinderen alleen over de verkrijging van het bloot eigendom overdrachtsbelasting verschuldigd. Er gelden geen wettelijk voorgeschreven tabellen voor het bepalen van de waarde van het vruchtgebruik ten behoeve van de overdrachtsbelasting. Bij Besluit is goedgekeurd dat hiervoor kan worden aangesloten bij de tabellen in de Successiewet. Indien een metterwoon-clausule wordt overeengekomen, geldt op grond van hetzelfde besluit een ….. van 25% over de waarde van het vruchtgebruik.
A. Afslag
B. Opslag

 

5. Woningtarief OVB?

A heeft een onroerende zaak geleverd aan X (belanghebbende). Aan X is een vergunning verleend voor het oprichten van een woonzorggebouw. De onroerende zaak is ontworpen en gebouwd als woning. Oorspronkelijk bestond de onroerende zaak uit een souterrain met daarboven de begane grond met een puntdak. A heeft in 2000 de onroerende zaak gekocht met de bedoeling er te gaan wonen. Dat is echter niet gebeurd en hij heeft de woning vervolgens verhuurd. Als gevolg van de aanwezigheid van een illegale hennepplantage en het risico van kraak, heeft A rond 2008/2009 besloten de begane grond te slopen. Na de sloop resteert nog (een gedeelte van) het souterrain. De onroerende zaak werd in de periode vanaf de sloophandelingen tot de verkrijging door X niet bewoond. Woningtarief van toepassing volgens Rechtbank Gelderland?
A. Ja
B. Nee

 

6. Als sprake is van een dienstwoning is de besparingswaarde belast als loon. Het bedrag van de (belaste) besparing wordt in beginsel gesteld op 18% van het jaarloon bij een 36-urige werkweek. Deze regeling geldt alleen als de terbeschikkingstelling plaatsvindt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking (dienstwoning). Bron: Handboek Loonheffing. Wat is juist?
A. Werkt de werknemer halve dagen, dan is de normhuur 1/2 x 18% = 9%.
B. Werkt de werknemer halve dagen, dan is de normhuur 2 x 18% = 36%.

 

7. A is terminaal. Hij wil zijn vastgoedportefeuille met een waarde van € 2 mln verkopen aan B. Zijn belastingadviseur adviseert om in het testament het vastgoed aan B te legateren tegen inbreng van de waarde. Hierdoor wordt €160.000 OVB bespaard.
A. Juist
B. Onjuist

 

8. Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking is €60.000. Hoeveel bedraagt op basis van dit gegeven het gebruikelijk loon in 2021?
A. €45.000
B. €47.000
C. €48.000
D. €60.000

 

9. Overnameplatform Brookz: De gemiddelde multiple in Nederland is onderweg terug naar het pre-Covid niveau. Onder multiple wordt verstaan het aantal malen de EBIT dat voor een onderneming wordt betaald. Waar de multiple in H1-2020 daalde naar 4,7, steeg deze in het tweede halfjaar 2020 naar
A. 4,85
B. 5,25
C. 5,65

 

10. A is fiscaal partner van B. A heeft een box 3-vermogen van €300.000. B heeft een box 3-vermogen van 0. Als A in zijn aangifte IB 2021 zijn volledige box 3-vermogen bij hemzelf aangeeft:
A. is hij 0,59% verschuldigd over €200.000
B. is hij 0,59% verschuldigd over €250.000

Let op: Beide alternatieven bij vraag 10 zijn onjuist.
Het bedrag van €200.000 is juist. Alleen is de 0,59% over €50.000 verschuldigd, terwijl over de andere €150.000 1,395% is verschuldigd. Als box 3 50/50 bij A en B was aangegeven, was over €100.000 0,59% verschuldigd en over €100.000 1,395%.

 

Juiste antwoorden

1. C.
2. B
3. D
4. A
5. A
6. B
7. A
8. B
9. A
10. A

Ons gratis MFAS Magazine verschijnt elk kwartaal en is bestemd voor onze gebruikers, prospects en andere relaties. U kunt zich hier op de attenderingslijst dat een nieuwe editie van het Magazine is verschenen laten plaatsen.

Complementary Content
${loading}