MFAS Actueel

Gebruikelijk loon in het civiele recht

laatst gewijzigd: 21-01-2019 09:51

In de Wet LB kennen we het ‘gebruikelijk loon’. Als de dga niet ten minste dit loon aan zijn vennootschap onttrekt, vindt de heffing van LB/IB plaats over dit loon. Sinds 2018 hebben we in het civiele recht ook met een soort gebruikelijk loon te maken. Wij doelen op art. 1:95a BW waarin is bepaald dat een echtgenoot die een onderneming heeft die niet behoort tot de beperkte gemeenschap van goederen, aan de gemeenschap een redelijke vergoeding moet voldoen voor de kennis, vaardigheden en arbeid die hij ten behoeve van die onderneming heeft aangewend. Zo kan een in beperkte gemeenschap gehuwde dga bij zijn echtscheiding worden geconfronteerd met de stelling van de advocaat van de tegenpartij dat er met terugwerkende kracht een schuld aan de gemeenschap in aanmerking moet worden genomen (waartoe de tegenpartij dan voor de helft is gerechtigd). Voor art. 1:95a BW geldt geen overgangsrecht. Deze bepaling brengt de nodige rechtsonzekerheid met zich mee, reden waarom wordt geadviseerd deze bepaling in huwelijkse voorwaarden buiten toepassing te verklaren. Dat is mogelijk omdat het regelend recht betreft.

Complementary Content
${loading}