MFAS Actueel

Nieuw huwelijksvermogensrecht: werk aan de winkel voor de estate planner

laatst gewijzigd: 08-12-2017 16:45

Janke en Gerrit hebben sinds 2008 een relatie. Ze hebben elkaar op de ouderwetse manier live leren kennen. Tinder bestond toen nog niet. In 2012 hebben zij 50/50 een appartement gekocht voor €210.000. In 2014 zijn ze verhuisd naar een eengezinswoning. Deze kostte €325.000 (v.o.n.). Gerrit heeft daarvoor €100.000 van zijn grootouders geschonken gekregen. Hierop is de uitsluitingsclausule geplaatst. Om precies te zijn: een zachte uitsluitingsclausule. Dit betekent dat deze niet werkt als aan het huwelijk als gevolg van overlijden een einde komt. Bij de verkoop van het appartement is een overwaarde van €5.000 gerealiseerd, welk bedrag in de nieuwe woning is gestoken. De resterende €220.000 is gefinancierd met een hypothecaire lening van Obvion.

Omdat er een kind op komst is, hebben Janke en Gerrit besloten te gaan trouwen. De plechtigheid staat voor eind januari 2018 gepland. Het stel vraag zich af hoe de door Gerrit ontvangen schenking van €100.000 voor de woning door het huwelijk vermogensrechtelijk uitpakt. Op 1 januari 2018 is het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking getreden. Een huwelijk leidt niet langer automatisch tot gemeenschap van goederen. Wel gemeenschap van goederen ontstaat voor bezittingen die al gemeenschappelijk waren en de daarop drukkende schulden. In casu betreft dit de woning en de daarvoor aangetrokken financiering.

Voor Janke en Gerrit leidt dit tot het volgende overzicht (op basis van de waarde ultimo 2017).

Gemeenschap van goederen (50/50)

Woning (huidige waarde) €430.000
Hypotheeklening Obvion -/- 220.000
Schuld vanwege inbreng privévermogen Gerrit -/-  100.000
Saldo €110.000

 

Privévermogen Gerrit

Vordering op gemeenschap €100.000
Bank- en spaarrekeningen 6.080
Vordering op ouders vanwege papieren schenkingen 27.501
Studieschuld -/- 10.630
Saldo €122.951

Privévermogen Janke

Bank- en spaarrekeningen €    8.776
Aandelen werknemersparticipatieplan 4.720
Studieschuld -/- 18.740
Saldo € -/- 5.244

Op Gerrits vordering op de gemeenschap is de beleggingsleer van toepassing, art. 1:87 BW. Dat betekent dat bij echtscheiding 100/430-deel van de waardestijging exclusief aan Gerrit toekomt. Art. 1:87 BW is regelend recht, zodat het stel hierover een andere afspraak zou kunnen maken.

Bij de schenking van de €100.000 hebben Gerrits grootouders de zachte uitsluitingsclausule gevestigd. De bedoeling daarvan was dat de €100.000 bij Gerrits overlijden in de gemeenschap zou moeten vallen. Vanuit het oogpunt van besparing van erfbelasting is dit in het algemeen wel slim. Het nieuwe huwelijksvermogensrecht gooit hier echter roet in het eten. Volgens het nieuwe huwelijksvermogensrecht vallen schenkingen namelijk buiten de gemeenschap. Om het gewenste resultaat te verkrijgen, is in dergelijke gevallen een zogenoemde insluitingsclausule nodig. En de verkrijger moet huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, waarin is geregeld dat verkrijgingen uit erfenissen en schenkingen in de gemeenschap kunnen vallen. Of dit voor Gerrit alsnog kan worden geregeld, is de vraag.

Hoe het ook zij, er is werk aan de winkel voor de estate planner.

Complementary Content
${loading}